woorden - CyCo - Muzikant & Homerecorder

Ga naar de inhoud
CyCo - woorden
++ Memento NEMO ++
Gisteren liep ik. Vandaag sliep ik.
 
Ik liep gisteren al wandelend in mijn slaap.
Ranzig als kaasrand liep ik gisteren al wandelend in mijn slaap.
Mijn slaap was slap.
Het bonken van de ader in mijn slaap was slap.
Zo zzzwak als de humor die (C8H8)n doorgaans kenmerkt.
Wat het zwak-zijn in essentie wel zou kunnen willen ZEGGEN, ZEGT het …
Het had ook vandaag kunnen zijn dat ik liep, maar ik sliep $?$
En wat is gisteren meer dan een <illusie> van wat morgen had kunnen zijn.
Vandaag is net zoals morgen gisteren had kunnen zijn.
En mijn slaap blijft maar bonken als een stalen vuist op een kartonnen deur.
Bloeddoorlopen kanalen naar het epicentrum van mijn ziel(loos) dragen vreemdsoortige klokkengeluiden ._. met zich mee.
Geluiden die geuren naar sm@@kloze kleuren.
Een galzwarte kolkende walm meandert naar het keelgedeelte van wat een lichaam verondersteld wordt te zijn & boort zich daar met ghels ghenoeghen een === tunnel === naar mijn singulariteit.
De prikkeldraad die van kruin tot hiel het getormenteerd corpus |doorklieft| wordt onder 10000 Voltsen geplaatst.
Het laatste druppelsprankeltje h00p vlammend verteerd tot een hoopje grauwe as, resten van niets.
As die het wezen van mijn zieltogend zijn belichaamt.

Pijn verworden tot slechts het knisperend geluid van een brokje smeltende boter.
Of het haast onmerkbaar aanwezig zijnde gekerm van een stervende mug %($)-
Door een aanstormende hand plat geplet tegen het behang.
Weer-, Wil- en Waardeloos - veruitwendigde inwendige gebreken, gebroken breuken.
Breu/ken die de proportionele ratio tussen de abruptheid van een liedeinde en het aanwakkerend geweld in een ziel perfect benaderen.
 
Gisteren liep ik. Vandaag sliep ik.
Ik slaap een bonkende slaap en een b’o’n’k’e’n’d hart beukt in een opengereten romp.
(Angst) voor wat komen gaat. (Angst) voor wat geweest is. (Angst) voor wat is.
De kledingkast Limfjorden vraagt mij waarom ze werd genageld en niet gelijmd. Pijn.
Op het pom-pend-rit-me-van-mijn-slaap antwoord ik in vloeiend spijkerschrift dat g°d daarover beslist en niet een Mens (sponzige speelbal van het N.I.E.T.S.).
De kast kijkt mij ontgoocheld en terzelfdertijd geamuseerd aan en start een discussie met een bureaustoel (Millberget).
Een onzichtbare hand grijpt net iets te vroeg naar mijn k_r_i_o_e_l_e_n_d_e ingewanden en peutert stuk/voor/stuk/stukjes ervantussen.
Verteerd en vertederd voel ik mij(n) licht.
Zwarte haren bedekken nu mijn naar binnen starende 00gen en een ander stralend lichaam nestelt zich behaaglijk in wat (N)ooit eens mij is geweest.

Gisteren liep ik. Vandaag sliep ik.
Gisteren viel ik. Vandaag stierf ik.
Terug naar de inhoud